Hoe het begon

 

Zoals waarschijnlijk de meeste goochelaars, ben ook ik in mijn kinderjaren begonnen met het goochelen, na het zien van een goocheleffect, gebracht door een buurman.  Hij toonde me een blanco kaartspel dat hij, door middel van wat goochelkunst, veranderde in een echt kaartspel !! Ik stond echt verstomd en ben kort daarna een goocheldoos (zoals foto) gaan kopen.  Natuurlijk voldeed deze na een tijd niet meer en heb me toen een tweede goocheldoos aangeschaft.  Daar deze na een tijdje ook niet meer voldeed moest ik op zoek naar een alternatief.
Dit alternatief heb ik maar een 15 tal jaren terug gevonden in de U.S.A. , meer bepaald in de staat Florida.  Ik was daar op reis samen met mijn echtgenote en kinderen toen ik in Old Town plots een "magicshop" aantrof.  Je begrijpt dat de "goochelmicrobe" me opnieuw beet !!!

Kort daarop ben ik in contact gekomen met de goochelclub van De Koninklijke Vlaamse Goochelaars Van België, waar ik nog steeds het lidmaatschap van op zak heb en elke week aanwezig ben. Ik heb daar later mijn toetredingsexamen gedaan en ben sindsdien een waardig, erkend goochelaar geworden.

In Oktober 1998 heb ik meegedaan aan de Magic Hand Day in de categorie Toneelgoochelen senioren, waar ik de eerste prijs behaald heb.


Geschiedenis van de goochelkunst

Goochelen is de kunst van het schijnbaar onmogelijke.  Het is vanouds een straat- en podiumkunst, waarbij door middel van vlugge hand- en vingerbewegingen een bedrieglijk effect wordt gecreëerd.  De bedoeling is dat het de toeschouwers onduidelijk blijft hoe dat effect, het 'onmogelijke', tot stand komt.  Een goochelaar gebruikt bij zijn voorstelling bijvoorbeeld traditionele hulpmiddelen als speelkaarten, ringen, touwen, doeken en balletjes, maar ook levend materiaal als duiven, konijnen en vuur.

Spreekwoordelijk is het konijn uit de hoge hoed.  Speciale acts zijn bijvoorbeeld de ontsnappingsstunts van een legendarisch goochelaar als Harry Houdini (1874-1926), onderwateracts (bijvoorbeeld Sylvia Schuyer) en doorzaag- en verdwijntrucks.  Dat laatste is echter meer het terrein van de illusionist. Sommige goochelaars combineren trouwens hun voorstelling met illusionisme, comedy of clownerie, of hebben zich gespecialiseerd in straatgoochelen, kaartschieten, table-act, goochelen voor kinderen, soms gecombineerd met een clowns-act, of close-up goochelen.

Het ontstaan van het goochelen als podiumkunst is niet geheel duidelijk. De meest gangbare theorie is dat het goochelen is uitgevonden door sjamanen die middels het uitvoeren van illusies hun macht binnen de gemeenschap wilden vergroten. Het gebruik van illusies wordt overigens tot op heden nog vaak gebruikt door charlatans die beweren bovennatuurlijke krachten te bezitten.

De Goochelkunst zoals we die nu kennen is ontstaan rond de achttiende eeuw.  Het is niet toevallig dat rond deze tijd tevens de esoterische filosofie zeer populair was.  Er zijn verschillende parallellen met de esoterie en het goochelen.  Beiden houden vast aan een strikte geheimhouding en lidmaatschap tot esoterische genootschappen en goochelclubs is aan voorwaarden verbonden.  Het goochelen heeft zich los van de esoterie ontwikkeld en is in de negentiende eeuw tot een volwaardige podiumkunst verworden.